leesbaar boek

Twee oudjes, hun steak in het restaurant een feit,

kijken weg van elkaar, door een gat van tijd

naar wat stoeiende jongeren op het strand. Hun blik

wil van hun ogen vallen, het zal de slaap zijn

of de rekening die hen doet schrikken. Andere oudjes

bleven wakker om te tateren over hun vals gebit

en hoe ze wroeten om overeind te blijven, visnetten

met schelpen en schelpen met roer over hun schouder.

De overbrugging die onbetaalbaar wordt, goud in de mond

als belegging in inflatoire tijden. En ik die verder eet,

alsof ik er niet ben. Met mayonaise op mijn hemd.


De vis op het bord is verdwenen. Hun maag heeft de bron

van verlangen uitgeput, er is geen uitkijken meer

naar bevrediging, geen dorst naar de pousse-café

van het leven dat ooit voorradig was in hun ogen.

De enige woorden zijn hoe lekker het wel was,

iets over terugreizen met een volle trein

en of vroeger naar huis ook rustiger zal zijn.

En dan wordt afgerekend, na discussie over een slok

op de borrel als cash bij de kaart, want teveel is teveel

en tien procent geeft niemand. Al was ik net van plan

vandaag voor een keer de uitzondering te spelen.


Maar altijd, altijd het voornemen om terug te keren

wanneer de ober langs komt en vraagt

hoe het geweest is, alsof het ooit grijpbaar zou zijn

met woorden die er nooit geweest zijn.

Geef toe. Wat weten we over de diepte

waarin dingen zomaar verdwijnen,

de lange weg die hen daarna wacht,

de uitkomst die een bevrediging is of een ware last

om lang te dragen, tot bij de dokter die gisteren nog

zijn automatisch antwoordapparaat had ingeschakeld

om snel bij hen te kunnen zijn?